skip to Main Content

De definities voor sinus, cosinus en tangens zijn gedefinieerd voor rechthoekige driehoeken. Maar ook in niet rechthoekige driehoeken kun je rekenen met sinus, cosinus en tangens. Zijn de drie zijden van een driehoek bekend of zijn twee zijden met de ingesloten hoek bekend, dan kun je met behulp van de cosinusregel overige hoeken en zijden berekenen. Is een hoek en de bijbehorende overstaande zijde bekend en een andere zijde of hoek, dan kun je met behulp van de sinusregel alle hoeken en zijden in de driehoek berekenen. In video 1 behandelen we de sinusregel en in video 2 de cosinusregel.

[divider_line type=”clear”]
  • Video 1: De sinusregel – het bewijs & de toepassing
  • Video 2: De cosinusregel – het bewijs & de toepassing
Dit bericht heeft 1 reactie
  1. Beste Meester wiskunde,
    Ik ben mij aan het verdiepen in de problemathiek van de driehoeksmeting.
    Op de website van de wiskundeacademie heb ik meerdere malen de video afgespeeld.
    In het eerste deel, het voorwoord zeg maar, wordt het een en ander duidelijk uitgelegd,
    maar toch loop ik vast bij …

    sin(∟A) = BF dus sin(68⁰) = BF dus BF = 7 ◦ sin (68⁰) = 6,49
    AB 7

    Hoe komt u op getal 6,49?

    Wat/hoe moet er gedeeld, vermenigvuldigd of gepercentueerd worden?

    En bij het berekenen van lijnstuk BC …

    sin(∟C) = BF dus sin(65⁰) = 6,49 dus BC = 6,49 = 7,16
    BC BC sin(65⁰)

    Hoe komt u op getal 7,16?

    Ik zie nu dat bij de breuken streepjes zijn weggevallen …. sorry …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top